Wat ik als CLB-medewerker leerde van No Hate

Artikel
Auteur(s): 
Laetitia Bokestael

Het kriebelde toen ik de oproep las in de wekelijkse nieuwsbrief van het werk: in Oslo kon je meedoen aan een vorming over ‘haatspraak’. Het onderwerp trok me aan! Het infotekstje omschreef ‘haatspraak’ als ”texts, words, images, videos and symbols that are used to spread hate, threats and incite violence through in the Internet against a person or a group”. Ik houd me op het werk bezig met het thema ‘cyberpesten’, en dit viel onder deze definitie. Ik haalde dus mijn mooiste Engels boven en stuurde mijn kandidatuur in.

(En ja, een vorming in het buitenland - zeker in het voor mij nog onbekende hoge noorden - leek me een ongelooflijk avontuur!)

CLB’s en de aanpak van cyberpesten

Ik ben psycho-pedagogisch consulent op het GO! CLB De Ring Halle. Daar ben ik ook verantwoordelijke van de werkgroep ‘Pesten’. Daar werken we momenteel procedures uit om pesten op de verschillende scholen aan te pakken. Wat kan de school zelf doen? Wanneer dient het CLB in te grijpen? Hoe precies?

Waar er heel wat beproefde methodieken bestaan over het ‘klassieke’ pesten, zijn de  tips en tricks om cyberpesten tegen te gaan een pak minder talrijk. Theorie is er voldoende voorhanden, maar voor de concrete aanpak bleef ik vaak op mijn honger zitten. Nochtans toont heel wat literatuur dat pesten en cyberpesten vaak samengaan, waardoor gepeste kinderen vaak geen veilige plek meer hebben. Op school worden ze gepest en wanneer ze thuiskomen, gaan de pesterijen gewoon online verder (Descamps & Deboutte, 2014).

Andere geschiedenis = andere gevoeligheden

Bij vertrek waren mijn verwachtingen groots. Deze verwachtingen werden zeker ingelost. “Wat is haatspraak precies?”, “Hoe kan je het herkennen?”, ... We namen de verschillende definities onder de loep: The Council of Europe, The European Committee against racism and intolerance, ... We leerden hoe ‘haatspraak’ cultureel gebonden is en hoe bepaalde landen/culturen meer of minder gevoelig zijn voor bepaalde zaken gezien de achtergrond/landsgeschiedenis die ze met zich mee dragen. We leerden hoe haatspraak zich verhoudt tot het recht op vrije meningsuiting. In een rollenspel heb ik persoonlijk kunnen ervaren wat ‘haatspraak’ met mensen kan doen, welke gevoelens dit met zich meebrengt en welke machtsverhoudingen er dan ontstaan.

Het kwam allemaal aan bod in deze preventieve en sensibiliserende vorming. Jammer genoeg leer je niet echt hoe om te gaan met haatspraak (dat blijkt voor een volgende vorming te zijn: ‘Developing counternarratives’).

Bookmarks als middel voor op school

Tot slot was er ‘Bookmarks’. Dit boek bestaat onder andere uit volledig uitgeschreven lessen en activiteiten waarin je jongeren kan laten kennismaken met ‘haatspraak’ in zijn verschillende vormen: ‘cyberpesten’, ‘racisme en discriminatie’, … Maar er is ook aandacht voor internetgeletterdheid, vrije meningsuiting, … Dit boek is erg bruikbaar op mijn werk. Ik vond er concrete tools om onder andere cyberpesten op school bespreekbaar te maken met leerlingen en volwassenen. ‘Bookmarks’ zal dus zeker opgenomen worden in onze interne procedure. We zullen scholen deze uitgewerkte lessen zeker aanreiken. Zowel voor de preventieve (sensibilisering) als curatieve aanpak (als er zich een cyberpest-probleem heeft voorgedaan in een school).  

Ook wil ik mijn opgedane kennis delen met andere diensten van de CLB’s. Zo denk ik aan ‘CLBchat’ waar jongeren met hun vragen terecht kunnen. Misschien komen zij ook wel eens haatboodschappen tegen of krijgen ze hierover vragen van jongeren?

Werk aan de winkel in Vlaanderen

In Vlaanderen is er nog werk aan de winkel op het vlak van sensibiliseren. Bij mijn leerlingen merk ik al te vaak dat ze zonder nadenken iets posten op het internet. Pas erna beseffen ze hoe zwaar hun woorden doorwegen en welke impact het heeft op een andere persoon. Het kwaad is dan echter geschied: eens iets op het internet heeft gestaan, laat het voor altijd sporen na. Scholen proberen hun leerlingen te sensibiliseren voor de gevaren van het internet en sociale media, maar er is nog een lange weg te gaan. Ook volwassenen maken immers vaak dezelfde fout. Kijk maar naar alle haatspraak die er bovenkwam na het overlijden van de Turks-Belgische Kerim Akyil op oudejaarsnacht in Istanbul. Gelukkig kwam er toen heel wat tegenreactie bij de bevolking, maar te vaak wordt worden zo’n boodschappen gewoon genegeerd. Jeugdwerk en onderwijs hebben dus een taak om jongeren hiervan bewust te maken!

Afsluiten doe ik met volgend citaat:

‘Theorie zonder praktijk is voor de genieën, praktijk zonder theorie is voor gekken en schurken, maar voor het gros der opvoeders is het de innige onverbrekelijke vereeniging van beide.’

(J.H. Gunning in Depaepe, Simon, & Van Gorp, 2005, p.445).

Deze vorming bracht me heel wat theorie bij. Het is nu aan mij - en andere actoren van de jeugd-en onderwijssector - om er iets mee te doen.  

Referenties:

  • Depaepe, M., Simon, F., & Van Gorp, A. (red.). (2005). Paradoxen van pedagogisering: handboek pedagogische historiografie. Leuven: Acco.
  • Descamps, L. & Deboutte, G. (2014). De survivalKID Pesten. Abimo: Kalmthout.   
  • Huyberechts, P. (2017). Online grote Jan. In het echt kleine man. Het Nieuwsblad.  
  • Salto-youth (2016). No hate: Training Course, 6-10 february. https://www.salto-youth.net/tools/european-training-calendar/training/no-hate.6122/.